‘Clinica AMMOR is de enige organisatie die verantwoordelijkheid nam voor mijn gezondheid.’ Sydney verteld dat in de eerste plaats het voor straatkinderen erg voordelig is dat ze bij Clinica AMMOR terecht kunnen, want ze hebben geen identiteit en hebben geen ziektekostenverzekering. Voor veel kinderen is Clinica AMMOR het eerste bezoek bij een dokter. En ook al vinden de kinderen het niet zo fijn om bij een dokter op bezoek te gaan, ‘Dr. Adams geeft je gezondheidszorg zonder dat je het gevoel hebt dat je een vervelend vies straatkind bent.’ Ze benadert de kinderen altijd op een persoonlijk niveau en onthoudt ook hun individuele verhaal. ‘Ze houdt er van om deze kinderen echt iets bij te brengen waar ze ook buiten de kliniek wat aan hebben.’

Victoria is een tienjarig meisje die op het eerste gezicht goed af is ten opzichte van andere tienjarigen in Belo Horizonte. Ze houdt ervan om spelletjes te spelen, ze kan niet stilzitten en ze is dol op Disney-prinsessen. Wanneer je het haar vraagt dan zegt ze dat ze thuis woont met haar vader en broer. Ze zegt ook dat er vaak voor haar gezorgd wordt door haar tantes en ooms. Ze houdt van goed eten, met name voor ontbijt. Het meest belangrijke in haar leven is haar vader. Echter Victoria heeft meer problemen gezien in haar leven dan de gemiddelde vijftigplusser.

In mei 2010 las dr. Irene een krantenartikel over vier kinderen die waren gevonden door de politie in hun huis, omgeven door uitwerpselen, ondervoed en zonder ouderlijk toezicht. De kinderen zijn door de politie meegenomen naar een opvanghuis omdat hun moeder ze verwaarloosde. Irene heeft het artikel getiteld ‘Kinderen aan hun lot overgelaten’ opgehangen op het prikbord in Clinica AMMOR met de melding dat ze niet verbaast zou zijn wanneer die kinderen de kliniek zouden bezoeken.

Jonatas is een tienerjongen die het moeilijk vindt om in een opvanghuis te wonen. Niet veel mensen kennen zijn verhaal van hoe hij bij het tehuis is terechtgekomen. Als kind leefde Jonatas samen met zijn vier zussen bij zijn moeder en stiefvader. Maar toen Jonatas zeven was zat zijn moeder gevangen in een huisbrand en overleed. Jonatas en zijn zussen waren buiten aan het spelen. Voor enige tijd leefde hij bij de moeder van zijn stiefvader, maar er was onvoldoende plaats voor hem. Hij ging zelfs de straat op om snoep te verkopen en bewaakte auto’s voor geld om zo zijn steentje bij te dragen. Maar na een aantal keren verhuizen belandde hij toch weer in een opvanghuis.

Adrian is een voorbeeld van de harde realiteit waar veel straatkinderen van Belo Horizonte mee leven. Hij is nu 22, maar Adrian’s verhaal begon wanneer hij nog maar 7 jaar oud was. Zijn ouders woonden in een sloppenwijk. Als kind werkte hij op straat en verdiende geld met het verkopen van snoep. Hij kwam meestal laat tot midden in de nacht pas thuis. Regelmatig kreeg hij een pak rammel van zijn vader die verslaafd is aan alcohol, waarbij hij vaak te horen kreeg dat hij niets waard was. Daarom bleef Adrian zo veel mogelijk thuis vandaan en kreeg langzaamaan de verkeerde vrienden.