Project Abrigos is een onderwijsprogramma voor kinderen in de opvangtehuizen waarbij wordt gesproken over seksualiteit, relaties, SOA’s, AIDS en drugs. Dit onderwijsprogramma wordt uitgevoerd door een groep van psychologen. Voor het programma is subsidie aangevraagd bij de Braziliaanse overheid en die is ook verleent.

Het verkrijgen van subsidie in Brazilië is geen eenvoudige opgave. Het programma zou namelijk oorspronkelijk in mei 2009 starten, maar de daadwerkelijke start was in juli 2010. En wanneer geld wordt toegezegd is het toegekende bedrag meestal ook niet toereikend om het project op ordentelijke wijze uit te voeren. Dit betekent dat werknemers in het project vaak minder verdienen dan het minimum loon. Ook het daadwerkelijk ontvangen van de subsidie is geen gemakkelijk proces. Er moet namelijk een speciale rekening worden geopend bij Banco do Brazil, de nationale bank van Brazilië. Hier worden belachelijke eisen aan gesteld.

Voor het programma zijn 5 psychologen in dienst. Zij doen dit werk in deeltijd, omdat het salaris van dit project ontoerijkend is en zij andere bronnen van inkomsten ernaast moeten hebben om voldoende inkomsten te hebben.

Het programma wordt geleidt door Adir. Adir bezoekt samen met leden van het team 19 opvangtehuizen waar zij het Abrigos programma uitvoeren. De eerste bezoeken worden door Adir gedaan waarbij aan de leiding van opvanghuizen uitlegt wat het Abrigos programma inhoudt. De leiders reageren vrijwel altijd positief op het programma, omdat seksualiteit een belangrijk thema is voor deze kinderen. Op straat krijgen ze al op jonge leeftijd te maken met seksualiteit en kinderen gaan ook op zoek naar hun eigen seksuele.

Voor de begeleiders in de opvanghuizen is seksualiteit ook geen gemakkelijk onderwerp om over te praten. Het zijn vaak gelovige mensen en in sommige gevallen zijn het geestelijken. De ethiek vanuit het geloof is vaak conflicterend met de dagelijkse realiteit van de straatkinderen. Maar vaak wordt dit ook wel begrepen. Een priester die bij een opvangtehuis betrokken is is erg blij dat iemand anders met de kinderen over drugs en seksualiteit komt praten. ‘Ik ben celibatair. Hoe ga ik die kinderen uitleggen hoe ze met seksualiteit moeten omgaan? Daarnaast gebied mijn geloof een bepaald ideaalbeeld te verkondigen, maar de realiteit van deze kinderen dicteert een hele andere seksuele moraal.’

Uit de gesprekken komt ook naar voren dat er soms misverstanden zijn over seksualiteit en hoe kinderen hiermee omgaan. In één van de huizen waren twee jongetjes betrapt op seksuele handelingen met elkaar. Ze zijn negen jaar oud. De begeleider dacht dat ze homoseksueel zijn. Dit is echter niet per definitie het geval. Jongetjes in deze leeftijdscategorie zijn op zoek naar hun seksualiteit en hetgeen waar ze mee bezig waren heeft niks te maken met hun seksuele voorkeur. Wanneer de begeleiders hen kwalificeren als homoseksueel dan kan dit een schadelijke invloed hebben op deze jongetjes. Zeker in een machocultuur als Brazilië is homoseksualiteit niet geaccepteerd.

De psychologen zijn in het project erg belangrijk. De psychologen ontwikkelen methoden om het voor de kinderen en jongeren makkelijker te maken om over drugs en seksualiteit te praten. Een voorbeeld hiervoor is dat de kinderen anoniem op een briefje vragen kunnen stellen. Ze doen deze vragen in een doos en de psycholoog pakt zo’n briefje uit de doos en er wordt over dat onderwerp gesproken.

Door middel van dit soort groepsgesprekken gaan jongeren nadenken over hun seksualiteit en kunnen ze ook bewuster keuzes maken. Op straat komen deze jongeren namelijk op zeer vroege leeftijd in aanraking met seks en drug. Deze bewustwording is daarom van wezenlijk belang voor deze jongeren met name nog voordat ze besmet zijn met een SOA of verslaafd zijn aan een drug.